Puberorkaan
Vorige week was ik mijn harde schijf aan het uitmesten toen ik op een aantal foto’s stuitte van mijn oudste zoon. Met enige verbazing keek ik naar de digitale vastlegging van momenten die amper anderhalf jaar geleden hadden plaatsgevonden. Was de knul die onbevangen in de camera staarde, de zelfde persoon als de humeurige bijna-man voor wie alles kut, klote en faja is?
Nog steeds heb ik het gevoel dat het hele veranderingsproces in één nacht plaatsvond. Gisteren zat hij nog bij mij op schoot en kon hij geen genoeg krijgen van zijn lievelingsboek. ‘Nog een keer’, riep hij voortdurend totdat ik het verhaal kon dromen. Hij ook trouwens, want met een ernstig gezicht ‘las’ hij voor, zijn vinger routineus onder de woordjes bewegend.
Was het niet gisteren dat ik nog op zijn donkere krullen neerkeek? Op welk moment werd hij die boomlange slungel die boven mij uittorent?
Anderhalf jaar geleden begonnen de eerste puberperikelen maar dat was niets vergeleken met de puberorkaan die momenteel met enige regelmaat over ons huis trekt. Natuurlijk is de hele wereld tegen hem, mams staat in dit opzicht met stip op nummer 1, en houden wij véél meer van zijn jongere broertje.
Nu was ik als kind niet gemakkelijk. Ik was zelfs zo’n onhandelbare puber dat mijn moeder regelmatig onheilspellend uitriep: ‘Wacht maar tot je zelf kinderen hebt’. Hetzelfde roep ik nu tegen mijn oudste maar ook bij hem maakt het weinig indruk.
Volgens prof. Dr. Michiel Westenberg, hoogleraar ontwikkelingpsychologie, vertonen kinderen juist in de puberteit normaal gedrag. “Niet de puberteit is uitzonderlijk, maar de periode daarvoor, tussen vier en tien jaar, waarin kinderen volgzaam zijn. (…) Vóór hun vierde zijn ze vaak koppig en na hun tiende is dat niet anders.” Westenberg stelt dat kinderen dan net zo eigenwijs zijn als volwassenen, alleen uiten ze dat anders (en eerlijker).
In de puberteit, tussen 11 en 16 jaar, worden kinderen geslachtsrijp, wat gepaard gaat met enorme lichamelijke ontwikkelingen. Seksuele gevoelens ontwikkelen zich en hun lichaam verandert nogal drastisch. Ook de biologische klok raakt tijdelijk anderhalf uur van slag.
Pubers leven feitelijk in een voortdurende staat van jetlag. En hoewel lang het idee leefde dat het menselijk brein klaar was rond het zesde jaar en alleen maar hoefde te worden gevuld met kennis en ervaring, blijkt dat het puberbrein rond het twaalfde jaar krimpt. Dit betekent niet dat er hersencellen verdwijnen, hoewel pubers soms zo onhandelbaar zijn dat je dat zou denken.
Volgens professor in de neurowetenschappen Dr. Hilleke Hulshoff Pol wordt er rigoureus gesnoeid in de verbindingen tussen bepaalde hersencellen, terwijl op andere plaatsen verbindingen juist worden versterkt. Deze veranderingen hebben te maken met de overgang van kind naar volwassene, van afhankelijk naar onafhankelijk. Pubers zijn intellectueel volwassen maar emotioneel nog niet.
Met andere woorden: pubers kunnen dus niets doen aan hun gedrag, hun hersenen zijn immers under construction. Als je dan ook nog wordt geconfronteerd met de verwachtingen van je ouders en de eisen van de omgeving dan lijkt het geen wonder dat je daartegen in opstand komt en onhandelbaar lijkt.
Gelukkig, voor ouders én pubers, duurt de puberteit maar vijf jaar. En gelukkig heeft mijn puber nog steeds zijn liefdevolle momenten. Als die lange slungel zijn arm om me heen slaat en zijn ‘mammetje’ een dikke knuffel geeft, dan ben ik die puberorkaan, net zo gemakkelijk weer vergeten…
©Mariël van den Donk