Het is triest gesteld met het aantal vrouwen in topfuncties hier in Nederland. Vrouwen bekleden nog steeds maar vier tot zes procent van de bestuursfuncties en commissariaten in het bedrijfsleven en in de raden van bestuur van de AEX-bedrijven staan tegenover 106 mannen slechts vier vrouwen. Maar waarom lukt het een Zweedse topman wel om vier vrouwelijke commissarissen te vinden bij Ahold?
Nederland ligt ver onder het Europese gemiddelde als het gaat om vrouwen in topfuncties. Vreemd als je bedenkt dat organisaties met relatief veel vrouwen onder hun bestuurders betere financiële resultaten behalen dan bedrijven met weinig vrouwen. Dit blijkt uit onderzoek onder 353 bedrijven uit de Fortune 500. Ondernemingen met de meeste vrouwen aan de top maken ruim 50% (!) meer winst op het eigen vermogen, behalen een verkoopresultaat dat 42% hoger ligt en behalen 66% meer rendement op het geïnvesteerde kapitaal.
En dat niet alleen, met meer vrouwen in bestuursfuncties, ‘verbetert de sfeer en de diversiteit zorgt voor ‘verschillende perspectieven en ideeën’, aldus onderzoeksbureau McKinsey. Om die betere resultaten te behalen, moeten van de tien bestuurders ten minste drie een vrouw zijn.
Als het belang van vrouwen aan de top keer op keer wordt bewezen, waarom zien we dan nog geen verandering? Waarom wordt de top nog steeds gedomineerd door ‘witte grijze mannen in pak?’
Natuurlijk kunnen we blijven roepen dat het allemaal de schuld is van het alombekende glazen plafond. Een groot obstakel dat mannen opwerpen om vrouwen te hinderen in hun weg naar de top. Saillant detail: die aanduiding is afkomstig van een experiment met vissen. Deze dieren stootten steeds opnieuw met hun bek tegen een onzichtbare glasplaat aan wanneer ze bij hun voer wilden komen. Murw van het proberen deden ze uiteindelijk niet eens meer een poging, zelfs niet toen de glasplaat werd verwijderd.
Maar bestaat dat glazen plafond werkelijk of zit het in ons hoofd, zoals ik las in een artikel (Libelle, nr. 3, 2009). Niet alleen mannen zeggen dat, ook gezaghebbende vrouwen zoals de Amerikaanse leiderschapscoach Rebecca Shambaugh. Volgens haar is er geen glazen plafond maar een plakkerige vloer. Vrouwen zelf werpen allerlei obstakels op en staan hun eigen carrière in de weg. Volgens haar blijven vrouwen, door hun perfectionisme en loyaliteit, te lang hangen in een middelmatige baan.
Persoonlijk denk ik dat vrouwen te bescheiden zijn. Waar mannen om het hardst roepen hoe goed ze zijn en met veel zelfvertrouwen verklaren dat ze het varkentje wel eens zullen wassen, blijven veel vrouwen onzeker over hun kunnen. Want wie zet er in vredesnaam in een sollicitatiebrief zoals ik die laatst kreeg: ‘Ik weet niet zeker of ik het kan, maar het lijkt me wel leuk.’ En waarom hebben veel vrouwen het over hun bedrijfJE, waar mannen trots zijn op hun ONDERNEMING.
In haar boek, Spelen met macht, legt schrijfster (en topvrouw) Marion Knaths, de regels van het machtsspel uit. Want vrouwen zijn hoog opgeleid en komen gemiddeld met betere cijfers van scholen en universiteiten dan hun mannelijke evenknieën. Vrouwen hebben uitstekende empathische vermogens, een goed oog voor de praktijk, ze zijn erg deskundig (vertrouw daar dan ook op!) en ze zijn in staat om in gesprekken met het grootste gemak snel een hoop informatie te verwerken.
We hebben de capaciteiten, we hebben de kwaliteiten, nu het zelfvertrouwen nog. Wat dat betreft heb ik veel gehad aan een wijze levensles van mijn moeder. ‘Al ga je dood van binnen van de zenuwen, laat niets merken. Neus in de lucht, wie maakt me wat.’ En dat… (in een vrije parafrase van een reclame) zouden meer vrouwen moeten doen!
©Mariel van den Donk