Verwachtingspatroon
‘Ik heb een foto van jou gezien’, begint de uitgeefster het telefoongesprek. ‘Op je site. Grappig eigenlijk, ik had me je heel anders voorgesteld. Een struise blonde dame.’ Ik hoor vaker van mensen na een persoonlijke kennismaking, dat ze mij blond en groot hadden ingeschat. Nu ja, beter blond dan blonT natuurlijk maar het geeft toch te denken dat ik een dergelijk beeld oproep.
‘Ik weet ook niet waarom’, antwoordt de uitgeefster desgevraagd. ‘Struis, omdat je klinkt als een pittige tante aan de telefoon. Maar dat blond? Waarschijnlijk vanwege je zachte “g”. Die logica volg ik niet helemaal maar het is wel grappig hoe het beeld dat je vormt naar aanleiding van een stem of alleen maar de naam van iemand soms totaal niet klopt met de werkelijkheid.
Zo leek de mooie, frêle dame die ik ooit interviewde, in niets op de stoere, potige dame die ik me had voorgesteld bij iemand die in een helikopter booreilanden midden op zee bezoekt.
Ook namen ‘an sich’ roepen verwachtingen op. Waarom denk je bij Daisy aan een lieflijk meisje met bloemetjes in heur haar. En een Ramon móet gewoon donkere ogen hebben en ons de sterren aan de hemel laten zien tijdens een fantastische vrijpartij. Sommige namen hebben een negatieve connotatie omdat de persoon die eraan verbonden is ons niet sympathiek is. Bij alle andere mensen met de zelfde naam kun je bij voorbaat al ietwat wantrouwig zijn. Wie durft zijn kind nog Adolf te noemen?
Wat te denken van de generaliserende beelden waarmee ‘we’ met het grootste gemak hele (bevolkings) groepen over één kam scheren? Lesbiennes zijn mannelijke types in een tuinbroek en ringetjes in hun oor. Stuk voor stuk feministische mannenhaters. Homofielen zijn verwijfd en praten met lijzige stem. Marokkanen stelen, Turken zijn lui, zwarte mannen zijn groot geschapen, Grieken zijn de beste minnaars, Hollanders zijn gierig, Belgen dom, Fransen arrogant, Duitsers nationalistisch, Engelsen ‘always the gentleman’ en Italianen rokkenjagers.
Kortom, 'we' (ver)oordelen heel wat af voordat we ook maar kennis hebben gemaakt met de persoon in kwestie. Gelukkig is het in de meeste gevallen nog zo dat we ons beeld bijstellen nadat we iemand daadwerkelijk ontmoeten. Laat onverlet dat je altijd mensen zult houden die anderen veroordelen op basis van hun geaardheid, kleur, geloof, sekse of nationaliteit onder het motto ‘seen one, seen them all.’ En dat is best jammer want als je de cocon al weggooit, zul je nooit de vlinder zien…
©Mariël van den Donk
‘Ik heb een foto van jou gezien’, begint de uitgeefster het telefoongesprek. ‘Op je site. Grappig eigenlijk, ik had me je heel anders voorgesteld. Een struise blonde dame.’ Ik hoor vaker van mensen na een persoonlijke kennismaking, dat ze mij blond en groot hadden ingeschat. Nu ja, beter blond dan blonT natuurlijk maar het geeft toch te denken dat ik een dergelijk beeld oproep.
‘Ik weet ook niet waarom’, antwoordt de uitgeefster desgevraagd. ‘Struis, omdat je klinkt als een pittige tante aan de telefoon. Maar dat blond? Waarschijnlijk vanwege je zachte “g”. Die logica volg ik niet helemaal maar het is wel grappig hoe het beeld dat je vormt naar aanleiding van een stem of alleen maar de naam van iemand soms totaal niet klopt met de werkelijkheid.
Zo leek de mooie, frêle dame die ik ooit interviewde, in niets op de stoere, potige dame die ik me had voorgesteld bij iemand die in een helikopter booreilanden midden op zee bezoekt.
Ook namen ‘an sich’ roepen verwachtingen op. Waarom denk je bij Daisy aan een lieflijk meisje met bloemetjes in heur haar. En een Ramon móet gewoon donkere ogen hebben en ons de sterren aan de hemel laten zien tijdens een fantastische vrijpartij. Sommige namen hebben een negatieve connotatie omdat de persoon die eraan verbonden is ons niet sympathiek is. Bij alle andere mensen met de zelfde naam kun je bij voorbaat al ietwat wantrouwig zijn. Wie durft zijn kind nog Adolf te noemen?
Wat te denken van de generaliserende beelden waarmee ‘we’ met het grootste gemak hele (bevolkings) groepen over één kam scheren? Lesbiennes zijn mannelijke types in een tuinbroek en ringetjes in hun oor. Stuk voor stuk feministische mannenhaters. Homofielen zijn verwijfd en praten met lijzige stem. Marokkanen stelen, Turken zijn lui, zwarte mannen zijn groot geschapen, Grieken zijn de beste minnaars, Hollanders zijn gierig, Belgen dom, Fransen arrogant, Duitsers nationalistisch, Engelsen ‘always the gentleman’ en Italianen rokkenjagers.
Kortom, 'we' (ver)oordelen heel wat af voordat we ook maar kennis hebben gemaakt met de persoon in kwestie. Gelukkig is het in de meeste gevallen nog zo dat we ons beeld bijstellen nadat we iemand daadwerkelijk ontmoeten. Laat onverlet dat je altijd mensen zult houden die anderen veroordelen op basis van hun geaardheid, kleur, geloof, sekse of nationaliteit onder het motto ‘seen one, seen them all.’ En dat is best jammer want als je de cocon al weggooit, zul je nooit de vlinder zien…
©Mariël van den Donk