Er zijn van die dagen dat je jezelf verschrikkelijk zielig vindt. Natuurlijk gebeuren er heel erge dingen in de wereld en is mijn ‘leed’ peanuts en gewoon pure aanstellerij. Maar soms heb je het gewoon even nodig om jezelf te wentelen in een grote poel van zelfmedelijden. En dan ga je dingen zoeken die je opvrolijken.
Vanochtend moest ik naar de tandarts. Nu is dat al niet mijn meest favoriete bezigheid maar vandaag is het een tikkeltje erger dan anders. De wortelkanaalbehandeling (PIJN PIJN) die ik anderhalve week ervoor had gehad, wordt afgemaakt. Het hoeft niet verdoofd te worden, er zitten immers geen zenuwen meer in deze ‘dode’ kies.
Dat denkt de tandarts dus. Want als hij in mijn kies gaat peuren, schiet ik tegen het plafond van de pijn. Natuurlijk ben ik een van die mensen die met meer zenuwen gezegend is, dan de gebruikelijke drie die er door de weekendtandarts keurig uit zijn gehaald. En zo komen toch weer die gemene spuiten tevoorschijn waarmee de tandarts mijn wang en tandvlees levenloos spuit. Ruim een uur moet ik allerlei nare behandelingen ondergaan. Mijn ogen houd ik stijf gesloten maar af en toe bereiken vieze geuren en nare geluiden mijn neus en oren. Ondertussen legt mijn tandbeul geduldig uit welke marteltechniek hij nu weer toepast. Hoe iemand vrijwillig het tandartsvak kiest, zal ik nooit begrijpen.
Als ik nadien weer half versuft buiten sta heb ik buitengewoon veel behoefte aan iets om me op te vrolijken. En het moet een geweldig iets zijn om deze ordeal te overtreffen. In mijn versufte hersencellen komt opeens een glorieus idee op. Ik ga mijn kersvers binnengekomen, spiksplinternieuwe auto bekijken. OK, ik kan hem vrijdag pas ophalen maar wie weet staat hij al ergens te glimmen, wachtend op zijn trotse, nieuwe eigenares: MOI.
‘Mijn’ verkoper is in gesprek maar zijn collega wil wel even mijn nieuwe bolide opzoeken in het systeem. Met een kloppende kies en een bonkend hart, loop ik achter hem aan naar het grote parkeerterrein met rijen nieuwe auto’s, klaar om afgeleverd te worden. En daar staat mijn trots. Blauwgroen parelmoer schitterend in de zon. Onder het woestijnzand en absoluut niet blinkend maar wat ben ik blij om het resultaat van maanden van heel, heel, heel hard werken voor me te zien.
Ik heb de afgelopen tijd bijna dag en nacht gewerkt. Om het verdriet te vergeten dat ik nog steeds bij me draag, maar ook omdat het geweldig leuke projecten waren en ik trots ben om daaraan mee te mogen werken. En dankzij die noeste arbeid kon ik me een nieuw vervoersmiddel veroorloven. Ik ben blij als ik mijn Verso zie en tegelijkertijd verdrietig omdat mijn moeder, die altijd even trots is op wat ik ook aanpak, dit niet meer mee mag maken. Mijn gevoelens zijn dus gemengd en terwijl ik wegloop in de lentezon denk ik aan mijn eerste ritje, dat ik zal opdragen aan haar…
0 responses so far ↓
There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.
You must log in to post a comment.