036 546 80 42
mail ons
Markerkant 1205-03
1314 AJ Almere
Postbus 10025
1301 AA Almere
Disclaimer
Home


Familiebanden: het bloed kruipt waar het niet gaan kan

Bloedbanden zijn eigenlijk niet te verbreken

Je vrienden kun je kiezen, je familie niet, zo wordt wel eens gezegd. Met je familie ben je door middel van een bloedband verbonden. In de jaren tachtig van de vorige eeuw, voorspelden progressieve wetenschappers dat het begrip familieband in Nederland op zijn eindje liep. Het fenomeen hecht gezin zou al snel niet meer dan een vage herinnering zijn en worden vervangen door open, vrijblijvende netwerken waarin ieder zijn eigen gang gaat.

Dit kunnen wij ons, zeker als je opgegroeid bent in een hecht gezin waar familie en familiebanden centraal staan, absoluut niet voorstellen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze wetenschappers het behoorlijk bij het verkeerde eind hebben gehad. Ook al kunnen we onze familie wellicht af en toe achter het behang plakken, ook in 2010 kruipt het bloed waar het niet gaan kan. We kunnen nog steeds niet zonder familie, of we dat nu willen of niet.

Binding
Families vormen een belangrijk bindmiddel: met de samenleving maar ook tussen gezinsleden onderling. Het woord familie roept bij mij gevoelens op van warmte en geborgenheid. De vroegste herinneringen uit mijn jeugd zijn die aan de zondagochtend. Dan maakten mijn ouders ontbijt op bed en dan gingen we met zijn allen picknicken in de ouderlijke slaapkamer. Mijn moeder bekommerde zich absoluut niet om brood- of beschuitkruimels en wij kropen lekker op bed en ‘warmden’ ons aan het veilige en vertrouwde gezinsgevoel dat mijn ouders wisten te creëren. Na het eten pakte mijn vader de gitaar en dan zongen hij en mijn moeder de meest prachtige liedjes in het Papiamento. Zelden heb ik me meer op mijn gemak en gelukkiger gevoeld als tijdens die momenten. Als gezin en ook als familie in ruimere zin, hebben we veel meegemaakt en dat heeft onze band alleen maar versterkt.

Familietrend
Niets zo sterk als het bloed, waarmee je met elkaar bent verbonden. In de afgelopen jaren stond in de Westerse samenleving het individu heel erg centraal. Even leek het erop dat de voorspelling die in de jaren tachtig in de vorige eeuw, werd gedaan over familie, uit zou komen. Volgens vooraanstaand sociologe Iteke Weeda had niet de binding op basis van bloed- en aanverwantschap de toekomst, maar de vrijwillige associatie op basis van “persoonlijkheid”. Dat wil zoveel zeggen als dat niet de familie en het gezin maar vriendschap de hoeksteen van de samenleving zou worden. Deze relaties zouden niet verdwijnen, aldus de sociologe maar toch flink terrein verliezen aan de “persoonlijke privacy” en “gevoelsaspecten” in losse netwerken die je zelf vormden. Dit alles zou uitmonden, en nu komt het, in de “vriendinisering” van de 21ste eeuw. Daarbij werd voor het gemak even voorbij gegaan aan de man, maar in feministische kringen was dat heel normaal. Gelukkig is deze voorspelling een stille dood gestorven. Familie en familiezin zijn populairder dan ooit, getuige de opmars van stamboomonderzoek en het familieboek. Familie is geen synoniem meer voor verstikkende banden. Als vrienden afhaken, staat je familie altijd voor je klaar.

Familiegevoel
Ik kom uit een erg grote familie’, aldus de in Bonaire geboren Orlando (34). ‘Het overgrote deel van mijn familie woont ook nog eens in Nederland. Als ik wil, dan kan ik elke week wel naar een of twee verjaardagen. Mijn Hollandse vrouw vindt dat net iets te veel van het goede dus ik probeer een beetje te schipperen. Daar komt nog bij dat ik twee bedrijven heb die ook veel van mijn tijd vragen. Ik ga in elk geval naar de verjaardag van mijn opa en oma en natuurlijk die van mijn ouders en broers en zussen. Naar ooms en tantes en neven en nichten ga ik alleen bij belangrijke mijlpalen. Het duurde even maar gelukkig is daar nu begrip voor. Zeker nu we sinds een paar maanden een kleine hebben, snappen zij ook wel dat we ons eigen leven hebben. Maar of ik kom of niet, ik zal altijd even bellen of op zijn minst een kaartje sturen. Want helemaal niets van me laten horen, dat zouden ze me nooit vergeven. En ik weet dat als ik ze nodig heb, ze allemaal bij me op de stoep staan om mij te helpen. Op je familie moet je zuinig zijn, ook al kun je ze niet allemaal elke week zien.

Nog niet zo lang geleden, om precies te zijn in de negentiende eeuw, waren zogeheten verwantschapsrelaties in de Westerse samenleving vooral zakelijk van aard. Families werden meestal gezien als productie-eenheden of bedrijfsmedewerkers. Mannen, vrouwen en kinderen werkten in familiebedrijven; boerderijen of ambachtsbedrijven. De familie had ook sterke invloed op de keuze van de huwelijkspartner. Privileges en kapitaal moesten immers binnen de familie worden gehouden en dus was het belangrijk wie er “binnen” werden gehaald. Pas na de industrialisering en de daarop volgende nieuwe maatschappelijke norm, beroepsarbeid voor mannen en huisarbeid voor huisvrouwen, ontstond een bepaalde burgelijke “gezinscultus”. Het familieleven werd ge-emotionaliseerd.

De vrouw als pijler van de familie
In het Suriname van de 18e eeuw was het bij wet verboden voor een zwarte vrouw om te trouwen met een blanke man, ook al was ze “vrij geboren”. Maar in de kolonie waren er voor elke blanke vrouw, twintig blanke mannen. Zo kon het gebeuren dat in Suriname al vroeg een kleurlingenlaag ontstond. Kleurlingen mochten wél trouwen met blanken. Slaven mochten met elkaar trouwen maar alleen met toestemming van de (plantage) eigenaar. Het liefst hadden zij dat slaven naar een huwelijkspartner op de eigen plantage zochten. Anders zouden zij immers elke nacht naar hun geliefde op de andere plantage willen en dat was alleen maar lastig. Bovendien zou de man dan eerder de neiging hebben om weg te lopen. Veel blanke mannen kregen kinderen bij slavinnen. Als hij het goed meende met zijn nazaten, dan kon de vader een mulattenkind “vrij kopen” en zelfs tot erfgenaam benoemen. Als hij datzelfde niet bij de (slaven)moeder deed, kon het voorkomen dat kinderen hun eigen moeder erfden. Daar komt nog bij dat volgens de wet een vrije zwarte man of vrouw niet bij slaven mocht wonen. Dat leidde tot ongewilde breuken in families.
Vrouwen waren de belangrijkste pijlers van de slavensamenleving. Moeders voedden hun kinderen vaak alleen op. De vader was meestal niet meer dan een bezoeker. Soms waren de vaders slaven, afkomstig van andere plantages en kwamen ze af en toe langs. Over het algemeen bemoeide de, al dan niet blanke, vader zich niet met de opvoeding. Ook tegenwoordig speelt in Suriname moeder of grootmoeder de belangrijkste rol binnen een familie en dat is volgens wetenschappers een overblijfsel uit de koloniale periode. Overigens zie je dit ook elders in het Caribische gebied. Niet alleen binnen de Creoolse gemeenschappen maar ook in de Hindoestaanse en Javaanse families in Suriname heeft de moeder de meest prominente rol in het gezin.

De Surinaamse Franciena (43) weet er alles van. ‘Mijn vader heb ik nooit goed gekend. Hij en mijn moeder gingen uit elkaar, kort nadat ze naar Nederland verhuisden. Ik denk dat ik een jaar of twee was. Mijn vader was altijd een schimmige figuur op de achtergrond. Ik kan me slechts één verjaardag herinneren dat hij er ook was. Ik werd tien en hij nam een teddybeer voor me mee. Vreselijk vond ik dat, zo kinderachtig. Hij had geen flauw idee wie ik was en hoe oud ik werd. Hij gaf me een wat onhandige zoen op mijn wang, vroeg hoe het op school ging en of ik goede cijfers haalde. Daarna wist hij niet hoe snel hij er weer vandoor moest gaan. Mijn moeder is nooit hertrouwd, na mijn vader vertrouwde ze geen enkele man meer. Ik weet dat het in Surinaamse gezinnen vaker voorkomt, maar mijn moeder was er de vrouw niet naar om haar man te delen. Ik heb dus geen broers en zussen, we zijn altijd met zijn tweetjes gebleven. Gelukkig heb ik een geweldige familie aan mijn moeders kant. Mijn oma is als een tweede moeder voor me en mijn neven en nichten zijn mijn broers en zussen. Ik zou niet zonder ze kunnen en ik ga echt naar álle verjaardagen. Ik zou het niet in mijn hoofd halen om iemand over te slaan. Als ik jarig ben dan helpen mijn twee nichtjes al dagen van tevoren met koken. Want een feest zonder eten, dat kan natuurlijk niet. Ik houd echt heel erg veel van mijn familie en ik ben blij met ze. Als ik ziek ben of in een dip zit dan word ik helemaal bedolven onder de goede zorgen. En andersom sta ik ook altijd voor ze klaar. Dat vind ik niet meer dan logisch, het is familie!

Gezinsvormen
Sinds de jaren zestig in de vorige eeuw is er veel veranderd in familierelaties. Vroeger trouwde je en kreeg je (veel) kinderen en natuurlijk bleef je bij elkaar in ziekte en gezondheid, in voor- en tegenspoed, tot de dood je scheidde van je huwelijkspartner. Als gevolg van veranderende huwelijkspatronen zijn de familieverbanden in de afgelopen jaren veel complexer geworden. Dit komt door de groei van het aantal echtscheidingen, tweede en derde huwelijken, het ongehuwd samenwonen en de mogelijkheid van partners van gelijke sekse om met elkaar te trouwen en kinderen te krijgen. Het aantal eenoudergezinnen en samengestelde gezinnen (dat zijn gezinnen waarvan een of beide ouders kinderen inbrengen in de nieuwe relatie) is behoorlijk toegenomen.

Toch heeft familie nog steeds een belangrijke functie voor de meeste mensen. Dat neemt niet weg dat familiebanden op belangrijke momenten in je leven belemmerend kunnen werken. Denk maar aan de gevolgen als je familie je relatie afkeurt. Deze komt daardoor onder grote druk te staan. Doet een vriendin dat, dan kun je nog altijd breken met haar. Maar je familie zet je niet zomaar aan de kant en een breuk met de familie is een ingrijpende zaak.

Layla (25, geboren in Paramaribo) leerde vanwege een breuk in de familie haar grootouders pas kennen toen ze twaalf was. ‘De ouders van mijn moeder zagen liever dat ze thuiskwam met een Hollandse jongen in plaats van met een donkere Hindoestaan. Ze gingen heel erg ver in hun afkeer en weigerden mijn vader in hun huis toe te laten. Op het huwelijk van mijn ouders waren ze niet aanwezig en ook toen ik geboren werd, hoorde mijn moeder niets van haar familie. Kort na mijn geboorte zijn we, om die reden, naar Nederland verhuisd. De broers en zussen van mijn moeder verbraken alle contact, op één oom na. Die heeft jaren geprobeerd te bemiddelen. Toen hij trouwde waren alleen mijn ouders uitgenodigd. Dat hebben mijn opa en oma hem erg kwalijk genomen maar dat kon hem niet schelen. Hij liet zich niet de wet voorschrijven, zei hij letterlijk. Uiteindelijk zagen mijn grootouders dat er toch niets zou veranderen en dat mijn vader en moeder écht van elkaar hielden. Met Kerstmis zijn we toen met de hele familie bij elkaar gekomen. Mijn grootouders kwamen over uit Suriname. Ik kan me vooral de vele cadeautjes herinneren die voor ons onder de kerstboom lagen. Inmiddels wonen ook mijn opa en oma in Nederland maar ik zie ze nog steeds niet zo vaak. Eigenlijk alleen op verjaardagen. Daarvoor is er té veel gebeurd. Maar ze doen hun best en ik geloof dat ze het goed menen nu.

Culturele verschillen?
Aloys (38, geboren in Paramaribo). ‘Ik heb voor kok geleerd en mijn droom was om ooit mijn eigen restaurant te hebben. Vijf jaar geleden was het zover. Ik kon een restaurant overnemen van een man wiens kinderen geen belangstelling hadden voor het bedrijf. Dat zie je trouwens steeds vaker. Hollandse ondernemers vinden geen opvolgers en zijn dan gedwongen om het familiebedrijf te verkopen. Deze worden vaak door met name Turkse en Surinaamse ondernemers gekocht. De hele familie wordt bij het bedrijf betrokken of het nu een restaurant is of een winkel. Iedereen helpt mee. Zonder mijn familie was het nooit gelukt om een succes van mijn bedrijf te maken. Of in elk geval niet zo snel. Ze zijn erg trots op wat ik doe en vinden het geweldig om mede verantwoordelijk te zijn voor mijn succes.’

Veel nieuwe Nederlanders die zich de afgelopen decennia in Nederland hebben gevestigd zijn afkomstig uit culturen waar anders tegen familierelaties aan wordt gekeken dan in Nederland. Vaak worden de hechte familiebanden die migrantenfamilies kenmerken, gecontrasteerd met de zwakke banden die veel Nederlandse families zouden hebben.

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer tweederde van de autochtonen, Surinamers en Antillianen en verreweg de meeste Turken en Marokkanen in Nederland vinden dat je familie je bij moet staan als je zorgen hebt. Van de Surinamers en de Antillianen is eenvijfde deel het daarmee oneens. Turken en Marokkanen blijken omgekeerd ook duidelijk sterkere gevoelens van verplichting tegenover familieleden te hebben dan autochtonen, Surinamers en Antillianen. Toch hebben ook de laatste drie groepen een sterk plichtsgevoel. Een duidelijke minderheid van de Surinamers en Antillianen heeft weinig gevoelens van verplichting ten opzichte van familie in het algemeen. Autochtonen geven aan familiesolidariteit wel degelijk belangrijk te vinden, maar de meeste van hen vinden niet dat kinderen specifieke verplichtingen hebben ten aanzien van hun ouders. De meeste Marokkanen en Turken vinden juist wel dat kinderen dit voor hun ouders moeten doen. Vanuit deze verschillende visies op verplichtingen die familieleden tegenover elkaar hebben, is het begrijpelijk dat autochtonen soms het gevoel hebben dat de familiebanden onder Turken en Marokkanen wel heel sterk hun leven bepalen, terwijl Turken en Marokkanen op hun beurt het idee hebben dat autochtonen niet zo hartelijk omgaan met hun familie.

Familie en Internet

Hoe sterk je gevoel van verbondenheid ook is met je familie, tijd is een schaars goed. En die kostbare tijd lijkt met de komst van kinderen, beide ouders die werken en carrière willen maken om maar niet te spreken van sportclubjes en muziekles van de spruiten, alleen maar schaarser te worden. Met de komst van moderne multimediatoepassingen en sociale media wordt het steeds gemakkelijker om contact te onderhouden met je omgeving zonder dat je daarvoor fysiek aanwezig hoeft te zijn. En in onze haastige maatschappij is dit een grote verworvenheid.

Uit een onderzoek naar het verband tussen ict en welzijn blijkt dat bijna de helft van de surfers vindt dat de computer en het Internet het aantal contacten tussen familieleden en vrienden heeft doen toenemen, 48 procent van de ondervraagden vindt dat ze meer communiceren met familieleden en vrienden en 36 procent van hen vindt zelfs dat de kwaliteit van de contacten is toegenomen.

Delia (27) ‘Ik heb een heel erg drukke baan en ik ben vaak in het buitenland. Gelukkig is er op elke hotelkamer tegenwoordig een mogelijkheid om te internetten. Als ik weg ben, moet ik elke dag even met mijn moeder chatten, anders maakt ze zich ongerust. Maar als we dat niet zouden doen, dan zou ik haar vreselijk missen. Mijn moeder is mijn beste vriendin, dat is ze altijd geweest en dat zal ze ook altijd blijven. Ik vertel haar alles. Chatten is ideaal en ik kan haar ook meteen fotootjes laten zien van dingen die ik die dag heb meegemaakt. Ik kan me bijna niet meer voorstellen dat MSN er ooit niet is geweest. Natuurlijk bel ik ook altijd even kort om haar stem te horen maar via Internet kan ik hele verhalen vertellen en het kost bijna niets, alleen een klein beetje tijd. Maar dat heb ik er graag voor over. Trouwens, terwijl mijn moeder aan het tikken is, kan ik van alles doen want ze tikt niet zo snel. Ssst, laat haar het niet horen.’

Tot slot, van je familie moet je het hebben

Familie heb je niet voor het kiezen, zoals eerder gezegd. Je moet het dus treffen. Een surrogaat voor familie bestaat namelijk niet. Soms proberen mensen het wel door bijvoorbeeld hun schoonouders te bombarderen tot hun ouders of hun vrienden. Hoe hard je ook het tegendeel beweert, als je hoort dat je vader of moeder op sterven ligt dan komt dat gevoel van verbondenheid met de familie vaak in één klap weer terug. Je kunt veel liefde en aandacht krijgen van anderen en meer warmte en hartelijkheid dan je ooit van je familie hebt gehad, als het puntje bij paaltje komt, dan is je familie niet uit je leven te vlakken. Je ziet dat de toekomst die iemand voor zichzelf uitstippelt in belangrijke mate wordt bepaald door wat hij/zij van huis uit meekrijgt. Natuurlijk heeft familie een koesterende en beschermende functie: familieleden zorgen voor elkaar en komen waar en wanneer nodig voor elkaar op. Families vormen een belangrijk bindmiddel. Deel uitmaken van een familie geeft mensen een gevoel van geborgenheid en verbondenheid, ze voelen zich geaccepteerd en hebben anderen om op terug te vallen. Ieder mens wil immers ergens bijhoren.

©Mariël van den Donk