Dedy Woei-A-Tsoi; officier van justitie van formaat…
Een officier van justitie is groot, statig, indrukwekkend en negen van de tien keer een oudere man, denk je als leek. Hij heeft een diepe bariton die bij vriend en vijand de rillingen over de rug doet lopen, om uiteenlopende redenen. Met doordringende blik ondervraagt hij de verdachte die maar al te graag alles wat hij wil eruit flapt, geïntimideerd als hij is door de rijzige gestalte voor hem.
Dit beeld kan niet verder weg zijn van de werkelijkheid want de officier van justitie die ik voor Beauty Expressions mag interviewen is een aantrekkelijke, jonge vrouw met een stevige bagage. Ze weet wat ze wil en waarom ze het doet. Door de niet-aflatende ijver waarmee ze zich vastbijt in een zaak, haar grote maatschappelijke betrokkenheid en haar kennis van zaken dwingt ze respect af. Succespercentage van het arrondissementsparket Rotterdam waar ze werkzaam is: 90%. En dat is hoog.
Laat ik nu altijd hebben gedacht dat het Openbaar Ministerie een typische mannenwereld is en dat vrouwelijke officieren van justitie dun zijn bezaaid. Dedy Woei-A-Tsoi helpt me direct uit de droom. ‘Ik weet niet hoe het in andere steden is maar in Rotterdam is ongeveer 55% vrouw en 45% man, dus vrouwen maken meer dan de helft van het totaal aantal officieren van justitie uit.’ Als overheidsbedrijf biedt het Openbaar Ministerie ook nog eens allerlei voordelen zoals parttime werken. Zelf werkt Dedy vier dagen per week, de woensdag is haar vaste ‘vrije’ dag. ‘Dat vrij zijn is natuurlijk maar relatief want op die dagen heb ik het erg druk met mijn zoon en zijn hobby’s en clubs.’
De persoon
Dedy Woei-A-Tsoi werd 37 jaar geleden geboren in Rotterdam als jongste uit een gezin met op dat moment twee dochters. Als ze twee jaar is, verhuist het gezin naar Suriname, om twee jaar later weer terug te keren naar Nederland. Nadat haar ouders zijn gescheiden, keert ze samen met haar moeder en haar zus in 1977 terug naar Suriname. Wat haar het meest is bijgebleven uit haar jeugd is de dag van de revolutie op 25 februari 1980. ‘En dan vooral de angst. Je hoort van alles; er is brand, er klinken geweerschoten en dergelijke. Je weet dat er iets aan de hand is, maar je hebt geen flauw idee wat dat precies is. Ik had ook een gevoel van teleurstelling dat “de militairen” die eerst zo goed leken voor het land, uiteindelijk toch ook zakkenvullers en machtswellustelingen bleken te zijn.’ Op de vraag of ze geen plannen heeft om naar Suriname terug te gaan schudt ze beslist haar hoofd. ‘Ik houd van Suriname maar ik heb in Nederland een leven opgebouwd. Ik denk dat ik de carrière die ik hier heb, in Suriname nooit had kunnen maken. De ideeën over emancipatie, vrouwen, kinderen en parttime werken zijn daar toch heel anders.’
Dedy wil schrijfster worden maar kiest na de middelbare school toch voor een rechtenstudie. ‘Ik was altijd goed in maatschappijleer en geschiedenis. Dat maatschappelijk betrokken zijn heb ik van jongsafaan gehad. Mijn keuze om rechten te gaan studeren was dus heel idealistisch en ik heb er geen moment spijt van gehad. Sterker nog, ik moet heel erg veel schrijven in mijn beroep dus mijn oude liefde, het schrijven, kan ik hier naar hartenlust beoefenen. Met je documentatie, de manier waarop je de zaak opschrijft en vervolgens verbaal verwoordt, moet je toch de rechter zien te overtuigen dus het is belangrijk dat je ook schriftelijk goed kunt communiceren.’
Idealisme
Dedy wil iets maatschappelijks doen met haar rechtenkennis, zo veel is haar vanaf het begin duidelijk. Tijdens haar studie zit ze in de studentenraad. Ze loopt stage bij de Bezwaarschriftencommissie in Rotterdam waar ze een schat van ervaring opdoet. Inmiddels weet ze dat ze graag rechter of officier van justitie wil worden, in die volgorde van voorkeur. Maar voor de RAIO-opleiding (rechterlijk ambtenaar in opleiding) die haar zo ver moet brengen vindt ze zichzelf nog té licht. De selectie is erg zwaar en er zijn slechts vijftig plekken voor ruim vijfhonderd sollicitanten. Ze kiest ervoor om eerst andere werkervaring op te doen en zo een stevige basis te leggen voor de RAIO-opleiding en een carrière bij het Openbaar Ministerie. Na haar afstuderen solliciteert ze bij grote advocatenkantoren en de overheid. Haar idealistische inslag doet haar kiezen voor een gemeentelijke functie en daarna voor de Nationale Ombudsman waar ze aan de slag gaat als onderzoeker. Daar werkt ze vijf jaar.
Als ze achtentwintig is, vindt ze dat ze genoeg te bieden heeft en ze gaat de sollicitatieprocedure in voor de RAIO-opleiding. Een zware psychologische test en diverse assessmentonderdelen maken deel uit van de strenge selectie die in totaal tien maanden zal duren. Dedy wordt uiteindelijk aangenomen en in Rotterdam geplaatst. ‘Het is een traject waarbij je leert en werkt tegelijk. Je krijgt direct een salaris. Je begint als griffier in de eerste zes maanden. Je woont zittingen bij en schrijft vonnissen. Twee opleiders beoordelen je werk. Je krijgt geen examens, maar bij elke fase van je opleiding krijg je een beoordeling. Als je een onvoldoende haalt, krijg je één herkansing. Als je in de zes jaar van je opleiding nóg een keer niet voldoende scoort moet je weg. Je hebt slechts één extra kans. Voor de theorie moest ik regelmatig naar Zutphen voor twee- of driedaagse cursussen.’
Officier van justitie
Tijdens haar RAIO-opleiding gaan Dedy en haar man uit elkaar. ‘De scheiding was zwaar, als alleenstaande moeder met een zware baan/studie, heb je het zeker niet gemakkelijk maar ik wist waar ik het voor deed. Mijn moeder woont nog in Suriname, dus die kon niet bijspringen. Gelukkig had ik goede opvang.’ Een baan als rechter of officier van justitie krijg je zeker niet cadeau. Het eerste deel van de opleiding breng je door in de strafsector, daarna ga je door naar civiel recht om ten slotte te eindigen bij het bestuursrecht. ‘Na afronding van de rechtbankperiode ging ik naar het arrondissementsparket waar ik plaatsvervangend officier van justitie werd. Ik begon mijn opleiding in eerste instantie omdat ik rechter wilde worden maar vlak voordat ik mijn definitieve keuze moest maken, merkte ik dat ik erg graag het strafrecht in wilde als officier van justitie. Ik genoot van het werk dat ik deed, de verantwoordelijkheid die je hebt en zorgen dat je de zaak tot een goed einde brengt. Als rechter krijg je alle werk aangereikt. Je bent niet zelf bezig met het opsporingsonderzoek. Het werk van officier van justitie is dynamisch en je krijgt met een breed scala aan onderwerpen te maken. Je moet het lef hebben om beslissingen te nemen. Bovendien moet je overal rekening mee houden, een zaak grondig onderzoeken zodat je op alles bent voorbereid. Want ook de tegenpartij doet zijn werk, uiteraard en criminelen worden steeds inventiever. Ik ben altijd aan het leren, er verandert voortdurend wat aan de wet en de rechtspraak.’
Zware zaken
Dedy Woei-A-Tsoi zit nu als officier van justitie bij een sectie waar ze belast is met zware zaken. Voordat een zaak voor de rechter wordt gebracht gaat er eerst een gedegen onderzoek aan vooraf. Dit start bijvoorbeeld met een tip over een criminele actie waarna de politie informatie gaat verzamelen. Dit geheel komt op haar bureau als projectvoorstel. Dan begint het opsporingsonderzoek waarbij alle sporen en bewijzen grondig worden verzameld en onderzocht. De officier van justitie is de eindverantwoordelijke in dezen. Hij of zij beslist of er een aanvraag wordt gedaan bij de rechter voor bijvoorbeeld doorzoeking van woningen of het aftappen van de telefoon van een verdachte. Aangezien criminaliteit zich niet netjes beperkt tot kantoortijden van negen tot vijf, is Dedy Woei-A-Tsoi regelmatig ook aan het werk in het weekend en in de avond. ‘Het is belangrijk dat er een nauwkeurig draaiboek wordt opgesteld. Niets gebeurt zomaar, we moeten er natuurlijk wel voor zorgen dat alles volgens de wet gebeurt en bovendien moeten we niet onderuit gaan op een vormfout of iets dergelijks.’
Het Openbaar Ministerie heeft een soort meldingsplicht. Dat betekent dat zij alle bewijs moet overleggen aan de advocaat van de verdachte. Deze advocaat is wettelijk niet gehouden aan een verplichting om al zijn argumenten van tevoren prijs te geven. Komt het wel eens voor dat Dedy wordt verrast door nieuw bewijs van de tegenpartij? ‘Natuurlijk gebeurt het wel eens dat de strafpleiter met nieuwe feiten komt tijdens de terechtzitting maar eigenlijk moet dat niets uitmaken voor je zaak. Je zorgt dat je zo breed mogelijk kijkt en dat je in je onderzoek alles bestudeert en achterhaalt om een gedegen beeld te vormen. Het lukt meestal wel om een veroordeling te krijgen. Rotterdam heeft een succespercentage van ongeveer 90% en daar zijn we best trots op. We hebben ook de naam dat we een prettig arrondissement zijn waar we in goede onderlinge verstandhouding met de advocaten werken om tot een goede afloop van strafzaken te komen. We hebben er allemaal baat bij dat alles volgens de regels gebeurt en dat de rechten van zowel verdachte als slachtoffer worden gerespecteerd. Je hebt een beleidsmatige verplichting om alleen goede zaken voor de rechter te brengen dus als het tot een rechtszaak komt, dan ben ik meestal wel zeker van een zaak. Het heeft geen zin om een strafproces te beginnen als je zelf twijfelt. Natuurlijk kan het gebeuren dat je tijdens het onderzoek zelf, niet meer zeker weet of je wel de juiste persoon te pakken hebt. Als ik niet de overtuiging heb dat de verdachte schuldig is, dan ga ik niet naar de rechter. Dat heb ik één keer gehad in een moordzaak. Na uitgebreid onderzoek was ik er niet van overtuigd dat we de dader hadden.’
Kwaliteiten
Officier van justitie word je niet zomaar. Zoals eerder gezegd is de selectie zwaar en ook tijdens de opleiding worden je vaardigheden getoetst. Naast de nodige kwaliteiten, kennis en kunde moet je dan ook beschikken over een aantal karaktereigenschappen. ‘Je moet overtuigingskracht hebben en verbaal en schriftelijk goed onderlegd zijn. Besluitvaardigheid is eveneens belangrijk, naast een flinke dosis zelfvertrouwen en presentatievermogen. Het spreekt voor zich dat je inhoudelijk deskundig moet zijn. Een goede officier weet in de huid van de strafpleiter te kruipen, magistratelijkheid noem je dat. Je moet een zaak van alle kanten kunnen bekijken. Ik maak graag gebruik van visuele hulpmiddelen. Je bent immers de mond van de samenleving en van degenen die getroffen zijn. Ik wil de impact die een zaak op slachtoffers en hun familie heeft laten zien. Dat kan door filmpjes maar ook het voorlezen van een brief of het tonen van foto’s.’
Criminaliteit
In tegenstelling tot wat veel mensen denken, betekent een levenslange gevangenisstraf in ons land dat je ook daadwerkelijk de rest van je leven vastzit. In Nederland zitten er ongeveer vijfentwintig mensen levenslang opgesloten. In de laatste vijf jaar is er vaker levenslang gegeven. Heeft de officier van justitie het idee dat er meer misdaden worden gepleegd of wordt er in de media eenvoudigweg meer aandacht aan geschonken, want sensatie? ‘Ik heb niet het idee dat er meer criminaliteit is dan vroeger. Er worden wel zwaardere misdaden gepleegd, dat geef ik toe. Of zaken me persoonlijk raken? Natuurlijk laat het je niet altijd koud, maar ik heb wel geleerd om er afstandelijker tegenaan te kijken. Sowieso moet je voor dit vak een zekere mate van bevlogenheid en betrokkenheid hebben. Ik zit sinds tweeënhalf jaar bij de sectie zware criminaliteit en heb ook de onderwerpen mensenhandel en mensensmokkel in mijn portefeuille. Dat raakt me soms wel, evenals zedenzaken en zaken met kinderen. Mijn zoon klaagt wel eens dat ik veel strenger ben geworden sinds ik hier werk maar ik weet ook wat er allemaal mis kan gaan met kinderen. Nee, ik vertrouw niet op mijn intuïtie. Want je kunt wel denken dat je mensenkennis hebt maar een vergissing is menselijk. Daar mag je dus niet op afgaan.’
Veiligheid
Op televisie zie je wel eens dat officieren van justitie worden bedreigd of erger. ‘Het heeft geen zin om een officier van justitie te bedreigen of uit te schakelen want als ik het werk niet doe, dan doet een ander het wel. Gelukkig heb ik nog geen nare dingen meegemaakt, hooguit dat ik erg vuil werd aangekeken. Toen ben ik uit voorzorg via een andere uitgang naar buiten gegaan. De veiligheid wordt per mogelijk incident bekeken. Je moet als officier ook niet bang zijn uitgevallen en redelijk overkomen. Ik denk dat het al de helft scheelt als je de zaak fatsoenlijk en rustig brengt. Hoe je het ook wendt of keert, de verdachte weet ook wel dat hij in overtreding is en moet worden gestraft. Ik voel me niet onveilig en die praktijken die je in Amerikaanse televisieseries ziet, heb ik gelukkig nog niet van nabij meegemaakt. Ik denk dat het in Nederland niet zo snel zal gebeuren. We hebben ook een heel ander rechtssysteem.
Grote voorbeeld
Dedy Woei-A-Tsoi is erg gelukkig met het werk dat ze doet. Directe ambities voor de toekomst heeft ze (nog) niet. ‘Ik werk nog maar tweeënhalf jaar bij de sectie zware criminaliteit en ik kan hier nog veel leren. Ik wil me inhoudelijk verder ontwikkelen en daarna misschien doorgroeien naar specialistische functies als bijvoorbeeld antiterrorisme officier, (gespecialiseerd) landelijk officier of kwaliteitsofficier. Maar ik heb het hier voorlopig uitstekend naar mijn zin. Het is een dynamisch vak, het strafrecht is een leuk rechtsgebied. Mijn grote voorbeeld of mentor? Eigenlijk heb ik meerdere grote voorbeelden, maar de twee grootste zijn mijn vader, omdat hij succesvol is in wat hij doet en mijn moeder omdat ze vrijwel in haar eentje haar dochters heeft opgevoed. Bovendien is het haar ook nog eens gelukt om op haar 55e te beginnen met een opleiding Master in Business Administration die ze op haar 57e met prachtige cijfers heeft afgerond!’
Liefde voor het vak
Als je van je hobby je beroep maakt, hoef je nooit meer te werken, luidt een bekende uitspraak. Dit is zeker van toepassing op Dedy, getuige de liefde die zij voor haar vak heeft. Heeft zij een motto dat ze nooit zal vergeten? ‘Een uitspraak die me altijd is bijgebleven: "Elk probleem wordt met zijn oplossing geboren". Ik merk dat het in de praktijk ook zo werkt. Juist op het moment dat je probleem zo groot lijkt dat je denkt het niet meer te kunnen oplossen, dient de oplossing zich, soms als vanzelf, aan. Aan wie de ambitie heeft om mijn prachtige vak uit te oefenen zou ik het volgende willen zeggen. Zoek van tevoren mensen op om te ervaren hoe iets werkelijk is. Ik heb heel veel gesproken met mensen uit het vak. Verder denk ik dat het belangrijk is om altijd jezelf te blijven. Probeer niet iemand anders te zijn dan je bent. Het strafrecht is inhoudelijk een leuk rechtsgebied. Ik merk dat ik nog steeds dat idealistische heb. Vanaf mijn opleiding heb ik in Rotterdam gezeten. Er gebeurt hier veel; je hebt natuurlijk te maken met de grotestadsproblematiek. Ik heb het in Rotterdam geweldig naar mijn zin!
Het klinkt misschien een beetje blasé, maar ik heb op dit moment niet heel veel te wensen; zowel zakelijk als privé ben ik heel erg tevreden en in balans. Maar ik zal een poging wagen. Mijn belangrijkste wens is toch wel dat ik mijn zoon mag zien opgroeien tot een verstandige, gezonde en gelukkige (jonge)man.
©Mariel van den Donk